The National: “Republikeinen zijn net anarchisten, anti alles”

Posted on 29/10/2010

0


Twee jaar na zijn historische verkiezing als president van de Verenigde Staten staat Barack Obama voor een belangrijke test. 2 november moeten verkiezingen uitwijzen of hij kan blijven bogen op een democratische meerderheid in de senaat. De verkiezingen worden met veel aandacht gevolgd door de Amerikaanse band The National. De band is een van de grootste succesverhalen van dit jaar en speelt binnenkort op Crossing Border, maar staat ook bekend om zijn grote betrokkenheid bij de Obama-campagne in 2008. “We hebben gisteren eindelijk Barack Obama ontmoet”, vertelt bassist Bryce Dessner. “Ik geef eerlijk toe, we waren een beetje star struck. Het was een bijzonder moment voor ons allemaal, en dan is het goed om je broer bij je te hebben.”

Broederschap
De Amerikaanse band The National heeft een bijzondere samenstelling. De groep heeft niet een, niet twee, maar tegenwoordig zelfs drie sets broers aan boord. Eerder al waren dat de tweeling Aaron en Bryce Dessner en de gebroeders Scott en Bryan Devendorf. Zanger Matt Berninger kon niet achterblijven. ‘De band functioneert als een familie. Sinds kort reist ook Matt’s jongere broer Tom met ons mee. Hij maakt video’s en is ook muzikant.’

Het gaat hard met het familiecollectief. Hun vijfde album High Violet wordt vrijwel unaniem bejubeld en de band speelde de afgelopen zomer op grote festivals. Dat is niet zo vanzelfsprekend met zulke sombere, intense muziek. Zanger Matt Berninger is een mompelaar met een donkere stem, nooit uitbundig. De songs op High Violet klinken soms rafelig, schuchter. Maar wie beter luistert hoort dat de veelal sombere songs rijker gearrangeerd zijn dan op het eerst gezicht lijkt. Daar is goed over nagedacht, vertelt Dessner. Het moest rijk zijn, maar niet bombastisch. ‘We hebben speciaal voor dit album onze eigen studio geopend, zodat we veel konden experimenteren met ons geluid. Het nieuwe album moest avontuurlijker en losser klinken. We zijn op zoek gegaan naar een nieuw geluid. In zo’n proces kleed je songs onvermijdelijk te veel aan. Eerst proberen we alles, en vervolgens halen we laag voor laag weer weg tot de balans goed is. Dat was nog niet eenvoudig, er was continu onenigheid over.’

Een zwerm bijen
In eerste instantie zag het er helemaal niet naar uit dat The National een succesvolle band zou worden. De band ontstond in 1999 in New York, maar de leden kenden elkaar allemaal al uit Cincinnati, Ohio. De een vertrok naar New York om te werken, de ander om te studeren, weer een ander om zijn geluk te zoeken als muzikant, en uiteindelijk eindigden ze toch met elkaar in het repetitiehok. Voor The National was in eerste instantie alleen tijd in de avonduren. Daar kwam pas verandering in bij album nummer drie, Alligator (2005). De stijgende lijn werd doorgezet met Boxer (2007), dat de boeken in gaat als het doorbraakalbum van de band. Intussen drijven de bandleden stilletjes steeds verder weg van huis.

‘I was carried to Ohio in a swarm of bees’, zingt Berninger in het melancholische nieuwe nummer Bloodbuzz Ohio, een terugkeer naar de staat die al zeker vijftien jaar niet meer echt meer thuis genoemd mag worden. ‘Het is een nummer over het opzoeken van je familiewortels, over de bloedband’, zegt Dessner. ‘En, ik geef toe, over het drinken van iets te veel rode wijn. In veel van onze songs zie je de spanning tussen de liberale kuststaten en het conservatieve binnenland van de Verenigde Staten. Het verschil daartussen is enorm, en dat merken we ook in onze eigen families. Sommige familieleden stemmen anders dan wij of ze zijn streng religieus en verwerpen waar wij voor staan. Die zwerm bijen uit het liedje verbeeldt het leven dat we nu leiden, alles wat veel voor ons betekent. Dat liedje heeft een Springsteen-achtige feel voor ons.’

Anti alles
Wat Dessner schetst is een persoonlijk probleem, maar volgens hem is het ook een niet te onderschatten kracht in de VS op dit moment. Het Bush-tijdperk is voorbij, maar de politieke spanning is bepaald niet afgenomen. Die ontmoeting met Obama was voor The National dan ook meer dan een leuk moment. De band zette zich buitengewoon in tijdens diens campagne voor het presidentschap, maar ziet nu met lede ogen aan hoe zijn tegenstanders de politieke arena nog altijd in hun greep houden ‘De overheid functioneert nauwelijks, en dat komt door de rechterflank. Obama heeft enorm veel moeite gedaan om samen te werken met de republikeinen, maar dat aanbod hebben ze resoluut afgeslagen. Het zijn net anarchisten, zo anti alles. Ze doen alles om Obama onderuit te halen.’

‘Mainstream tv-stations als Fox News zijn in feite rechtse propagandamachines. Veel mensen zijn zich er helemaal niet van bewust dat ze gemanipuleerd worden. En dan is er nog het internet. Als bepaalde bewegingen in de twintigste eeuw daar beschikking over gehad hadden, was het nog erger geweest dan het al was.’ The National wil op het podium niet te veel preken, maar kan het soms niet laten. Maar heeft dat wel zin, voor eigen parochie? Dessner maakt zich geen illusies. ‘Ons publiek is zeer divers en is het zeker niet automatisch met ons eens. Ik herinner me dat we in Georgia speelden met R.E.M. Toen Michael Stipe een door ons ontworpen shirt voor de Obama campagne omhoog hield, begon het halve publiek boe te roepen.’

Afraid Of Everyone
Het klinkt gek, zeker na zo’n bevlogen, haast verbeten betoog van Dessner, maar los van die campagne van 2008 is The National eigenlijk helemaal geen politieke band. De meeste songs zijn juist persoonlijk en vaak dusdanig cryptisch dat een precieze betekenis lastig te herleiden is. ‘Fake Empires op Boxer is een nummer over de liefde’, vertelt Dessner. ‘Met als decor de bizarre wereld om ons heen. Een wereld die we niet begrijpen. Op het nieuwe album zie je dat vooral in een song als Afraid Of Everyone. Hebben we eindelijk wat we wilden, onze geweldige leider, en dan is de kloof in de politiek groter dan ooit. Het is er altijd, maar op de achtergrond.’

Onomwonden politieke songs hoor je de laatste jaren sowieso weinig. De Vietnam-oorlog zorgde voor de opkomst van de protestsong, de Irak-oorlog bracht daar slechts een handvol van voort, terwijl veel muzikanten zich in interviews en campagnes wel inspanden voor de Obama-campagne. ‘Ik weet niet zo goed hoe dat komt’, zegt Dessner. ‘Dat was de generatie van onze ouders. Die liedjes vormen de canon van de Amerikaanse folkmuziek. Het doet me denken aan Franse artiesten, die niet in het Frans zingen omdat ze zich geïntimideerd voelen door de grote chansons van Brel en Gainsbourg. Ze beginnen er niet eens aan.’

Dit verhaal verscheen op 3VOOR12.

Advertenties
Posted in: Interviews